Eind goed, al goed

Maartje zat in zak en as.

Haar nieuwe iPhone 6 was gestolen toen ze een kopje koffie had gedronken op het marktplein. Hoe was het mogelijk? 800 Euro had dat ding gekost. Ze sloeg de voordeur hard dicht en gooide haar jas op een keukenstoel.

“Slechte dag?” vroeg Klaas vanachter zijn computer.

“Rotdag. Ze hebben mijn iPhone gestolen.”

“Je meent het?”

Maartje zakte neer op de bank en zuchtte. “Al mijn adressen weg. Wat een wereld toch.”

Maar Klaas zwaaide met zijn vinger in de lucht.

“Wij kunnen hem opsporen,” zei hij opgewonden tegen Maartje die moedeloos op de bank lag uitgestrekt.

“Opsporen? Hoe dan?”

“Met de ‘Zoek mijn iPhone’ app.”

“Wat is dat?”

Er verscheen een grijns op het gezicht van Klaas.

“Ik heb al onze apparatuur in de Cloud geregistreerd. Ook jouw iPhone. Ik heb een account met MobileMe en nu hoef ik alleen maar jouw nummers te activeren en dan zien we direct waar je iPhone momenteel uithangt.”

Maartje ging overeind zitten. “Echt waar?”

“Kom maar kijken.”

Klaas maakte de verbinding met MobileMe via zijn iMac, voerde de informatie in en opeens verscheen er een plattegrondje op het scherm. In het midden stond een grote rode cirkel.

“Wa…Wat is dat?” stotterde Maartje.

“Die rode cirkel,” zei Klaas met het enthousiasme van een veldheer die zojuist een belangrijke veldslag had gewonnen, “is je iPhone.”

Maartje staarde naar het scherm en kon geen woord uitbrengen.

“Da’s een nieuwe beveiliging van Apple,” ging Klaas verder. “Niemand kan zich nog verschuilen. Nu moeten we dat ding alleen nog terug zien te krijgen.”

“Wat is het adres op dat kaartje?” Maartje begon weer hoop te krijgen.

“Even kijken…Hmm. Zeedijk 43.”

“De Zeedijk?” Maartje liet haar armen langs haar lichaam vallen. “Dat is een achterbuurt!”

“Nou en?” zei veldheer Klaas overmoedig. “Dacht je soms dat Maxima je iPhone gestolen had?”

“Nee…maar een achterbuurt…Daar zit al de schorriemorrie van onze maatschappij. Die slaan je op je kop als je aanbelt.”

“Dan bellen we de politie,” sprak Klaas. “Dit moet gewoon lukken.”

Dus werd de politie gebeld. Die was heel beleefd, maar het werd Klaas en Maartje al snel duidelijk dat er niet veel zou gebeuren. Ze moesten eerst naar het bureau komen om aangifte te doen en omdat het weekend was en er niemand vrij was om direct in te grijpen moesten ze maandag maar terugkomen.

“U moet goed begrijpen mijnheer Klaas,” zei de adjudant, “dat het stelen van een iPhone niet in dezelfde klasse valt als een aanranding of een ernstig misdrijf. Hoe vervelend ik het ook voor u vind.”

Klaas brak het gesprek gefrustreerd af en wierp zijn mobieltje vinnig op de kussens van de bank.

“Waar is de politie als je ze nodig hebt?”

“En nu?” vroeg Maartje.

“We moeten er zelf heen,” zei Klaas heldhaftig. Maartje keek hem hoofdschuddend aan.

Klaas had dan wel een grote mond, maar als het er op aankwam was hij een held op sokken. “Hoe ga je dat dan doen?”

Klaas slikte en zocht naar woorden.

“Jij…eh…jij gaat toch ook mee? Het is jouw iPhone.”

Maartje schudde vastberaden van nee. “Ben je gek. Het was dan wel een mooi ding, maar ik heb er geen zin in. Je moet alleen naar de Zeedijk.”

“Alleen naar de Zeedijk?” Klaas likte zijn lippen en keek Maartje boos aan. “En wie was er zo stom om zijn iPhone te laten stelen. En moet ik het weer voor mevrouw opknappen.”

Hij trapte tegen de prullenbak, die met groot geraas omviel.

“Rustig, Klaas. Kalmte kan je redden. Dat ding is verzekerd…

Rrring. Rrring.

“De bel?”

“Verwacht jij iemand?” vroeg Maartje.

“Nee, ik niet.”

Klaas ging naar de deur. Er werd wat gepraat en opeens verscheen Klaas weer in de kamer, met een grote grijns. Naast hem stond een dikke, langharige jongen met een gescheurde spijkerbroek en een vettig T-Shirt.

Wat moet die gast hier?

“Dit is Bennie. Bennie van de Zeedijk.”

Daar, in Bennie’s groezelige hand lag haar glimmende, zwarte iPhone.

“Ik dacht dat je die hebbe moest,” zei Bennie en hij drukte het kleinood in Maartje’s hand.

“Maar…eh.” Maartje wist niet wat ze zeggen moest. “Die had je toch gestolen?”

“Gestole..? Hahaha.” Bennie’s bolle buik schudde van het lachen. “Welnee. Ik mag dan wel op de Zeedijk wonen, maar een dief ben’k niet.”

“Maar hoe kom je dan aan mijn iPhone?”

“Had je late ligge op ‘t terras. Ik kwam net langs met mijn harmonica om wat te spele, toen je wegliep. Ik schreeuwde nog, maar toen je mij zag rende je weg. Mijn vrienden hebbe een of andere app op hun computer. ‘Zoek mijn iPhone’ heet dat, en die gasten konden uitzoeken waar je woont.”

“O.” Maartje liep rood aan. “Bedankt Bennie.”

“Moet je een biertje, Bennie?” vroeg Klaas opgelucht.

Bennie schudde van nee.

“Nee, ik mot spele op mijn harmonica. Mot nog wat verdienen vandaag.”

Maartje stootte Klaas aan en fluisterde hem wat toe.

“Geef die jongen eens 20 Euro. Ik heb niets bij me.”

Klaas beet op zijn lip en pakte zijn portemonnee en viste er met tegenzin twintig Euro uit.

“Hier Bennie. Bedankt voor de moeite.”

Bennie’s gezicht begon te stralen. “Jeetje. Bedankt hoor.” Toen draaide hij zich om en verdween weer.

Klaas keek boos naar Maartje en beet haar ruw toe:

‘T was toch zeker jouw iPhone? En wie moest er weer voor mevrouw betalen?”

Maartje liep op Klaas toe en gaf hem een grote zoen.

“Je bent een schat. Echt de beste.” Net toen Klaas zich begon te ontspannen, ging Maartje’s iPhone.

“O…mijn moeder. Die moet ik even nemen.”

Maartje liep luid kletsend naar de slaapkamer en Klaas bleef verongelijkt achter.

“Had Bennie dat ding maar gestolen,” schreeuwde hij nog, maar Maartje hoorde niets meer.

Die was het hele voorval allang vergeten.

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *